Sprinkhaanzanger

(locustella naevia)

 

Dit is de meest wijd verspreide locustella. De bovendelen zijn olijfbruin met een donkere streping (op de stuit vaag), een onduidelijke wenkbrauwstreep, geelbruine tot witte vaag gestreepte onderdelen (duidelijk gestreept op de lange onderstaartdekveren). De poten zijn rozig.

Hij heeft een lang aangehouden, monotone, hoge, ver dragende, snorrende zang, lijkend op een werphengelmolen of een vrijlopende fietsderailleur, de afzonderlijke tikken zijn meestal te onderscheiden, meestal 's nachts of in de schemering, vaak uren lang. Zijn roep is een kort tsjik.

Vochtige of droge struikvegetaties, heides, graslanden, kapvlaktes. Hij verbergt zich in dichte begroeiing, dicht bij de grond rondsluipend als een muis, maar hij zingt vaak vanaf een open zangpost.

In Nederland en België een broedvogel, vooral in duinen, en doortrekker.

 

L 13 / SW 15-19 / BD