Bonte Vliegenvanger

(ficedula hypoleuca)

 

Het zwart-witte mannetje in de zomer is alleen te verwarren met de Withalsvliegenvanger en de Balkanvliegenvanger. De zwarting is variabel, sommige mannetjes in de zomer zijn grijsbruiner van boven (vaak in Nederland). Het mannetje in de winter en het vrouwtje en onvolwassenen zijn grijsbruin van boven met een opvallende witte vleugelstreep en tertialranden. De adult-zomer mannetjes zijn naar het oosten toe bruingrijzer. In N-Afrika met een grote witte voorhoofdsvlek, in Spanje en Portugal intermediair. De 1e-winter vogel heeft vaak nog een tweede vleugelstreep van het juveniele kleed.

Mannetjes van de ondersoorten speculigera (N-Afrika) en iberiae (Iberisch Schiereiland) zijn als de Balkanvliegenvanger maar hebben geen witte halve halsring.

Zijn zang is meestal vanaf een zangpost, gevarieerd en lijkt op die van de Gekraagde Roodstaart, bv. trie-trie-trie-tewie-tewie-tewie. Zijn roep is een scherp tsjik en whiet. Hij keert vaak niet op dezelfde zangpost terug.

Open bossen, parken, tuinen.

In Nederland en België een talrijke broedvogel, vaak in nestkasten.

 

L 13 / SW 21,5-24 / BD

Maak jouw eigen website met JouwWeb