Klapekster

(lanius excubitor)

 

Dit is de grootste klauwier. Het voorhoofd, de kruin en de mantel zijn grijs, met een smalle witte wenkbrauwstreep, een brede zwarte oogstreep, witte onderdelen en witte schouders en vleugelstreep. Alleen in NW-Europa heeft het vrouwtje en onvolwassenen vage grijze bandjes op de borst. Juvenielen zijn bruinachtig.

De ondersoort excubitor (C- en N-Europa) als hierboven.

De ondersoort homeyeri (Bulgarije tot Oeral) heeft een lichtere grijze mantel, meer wit op de schouder en een bredere vleugelstreep. 

De ondersoort meridionalis (Z-Frankijk, Iberisch Schiereiland) heeft grijsrozige onderdelen en is donkerder grijs van boven. De wenkbrauwstreep is onduidelijk.

De ondersoort algeriensis (NW-Afrika) heeft grijze onderdelen en een smalle vleugelstreep en is donkerder grijs van boven. De wenkbrauwstreep is afwezig.

De ondersoort elegans (N-Afrika ten zuiden van de algeriensis en NO-Afrika) is lichter grijs van boven en heeft een brede vleugelstreep. De wenkbrauwstreep is onduidelijk.

De ondersoort aucheri (Syrië, Irak, Iran) is als de elegans maar met grijze flanken, zwart op het voorhoofd en een smallere vleugelstreep. De wenkbrauwstreep is nog onduidelijker.

De ondersoort pallidirostris (Kaspische Zeegebied) heeft een witte lijn oven het masker en een lichtere snavel, en rozige onderdelen.

De zuidelijke ondersoorten (incl. de pallidirostris) worden ook wel samen als een aparte soort beschouwd, de Steppeklapekster (l.meridionalis).

In Nederland een zeldzame, in België een schaarse broedvogel, in beide landen een schaarse doortrekker en wintergast.

 

L 24 / SW 30-34 / bJ

Maak jouw eigen website met JouwWeb