Rotskruipers

(tichodromadidae)

 

Dit is een familie met slechts één soort. Ondanks de gebogen snavel zijn ze nauwer verwant met boomklevers dan met boomkruipers.

 

Rotskruiper

(tichodroma muraria)

 

De Rotskruiper is onmiskenbaar met grijze bovendelen, zwarte vleugels met karmijnrode vlekken en witte ronde stippen op de handpennen (opvallend in de vlinderachtige vlucht), donkergrijze staartpennen met witte toppen en grijze onderdelen. De mannetjes hebben een grote zwarte keelvlek, de vrouwtjes hebben geen of minder zwart. In de winter is de keel van beiden en van onvolwassenen wit.

Zijn zang is een herhaling van in hoogte toenemende fluittonen, vaak tijdens het klimmen.

Steile rotshellingen en ravijnen, in bergen tot aan de sneeuwlijn, meestal boven de boomgrens. In de winter lager in dalen, in steengroeven en op gebouwen.

Buiten de normale verspreidingsgebieden zijn ze zeldzaam. Ook in Nederland en België.

 

L 16,5 / SW 27-32 / Z