Eenden

(anatinae)

 

De meeste eenden zijn kleiner dan zwanen en ganzen, met een kortere hals en poten.

Tijdens de rui in midden-zomer en het najaar (eclipskleed) lijken de mannetjes op de vrouwtjes.

bergeend

australische bergeend

casarca

kaapse casarca

paradijscasarca

nijlgans

coromandeleend

mandarijneend

carolina-eend

rosse fluiteend

witwangfluiteend

indische fluiteend

muskuseend

Zwemeenden

(anas)

 

Zwemeenden foerageren aan de oppervlakte of grondelen (verticaal in het water met de staart omhoog). Ze duiken zelden, behalve wanneer ze nog jong zijn of niet kunnen vliegen.

De beide geslachten hebben een gekleurde vleugelspiegel (speculum) die belangrijk is bij de herkenning, vooral van op elkaar lijkende vrouwtjes en juvenielen.

De vlucht is snel en rechtlijnig.

wilde eend

zwarte eend

krakeend

smient

amerikaanse smient

chileense smient

wintertaling

amerikaanse wintertaling

bronskoptaling

zomertaling

blauwvleugeltaling

siberische taling

kaapse taling

zilvertaling

kaneeltaling

ringtaling

amazonetaling

pijlstaart

roodsnavelpijlstaart

bahamapijlstaart

slobeend

kaapse slobeend

marmereend

Duikeenden

(aythya)

 

Duikeenden duiken of zwemmen half ondergedoken. 

Ze zijn compacter en hebben een kortere hals dan zwemeenden. De poten staan verder naar achteren geplaatst.

De vlucht is direct en met felle vleugelslagen.

kuifeend

ringsnaveleend

toppereend

kleine toppereend

tafeleend

grote tafeleend

witoogeend

krooneend

Eiders

(somateria)

 

Eiders zijn grote zwaargebouwde zeeëenden. Het zijn uitstekende duikers. Ze zijn zelden in het binnenland.

Mannetjes zijn opvallend gekleurd, vrouwtjes zijn bruin gestreept en gevlekt. Ze hebben geen speculum. Het voorhoofd gaat vrijwel in een rechte lijn over in de snavel (behalve bij de Koningseider). De bevedering loopt ver door op de bovensnavel.

De vrouwtjes hebben een vage lijn op de bovenvleugel in de vlucht.

Beide geslachten zijn luidruchtiger dan andere eenden.

eider

koningseider

brileider

stellers eider

Zeeëenden

(melanitta)

 

Zeeëenden omvatten de melanitta-soorten, de Harlekijneend, de brilduikers en de IJseend.

Het zijn duikende eenden.

Ze broeden aan zoetwater, in de winter zijn ze voornamelijk op zee en in kustwateren.

harlekijneend

zwarte zeeëend

grote zeeëend

brilzeeëend

brilduiker

ijslandse brilduiker

buffelkopeend

ijseend

Zaagbekken

(mergus)

 

Dit zijn duikeenden met een kuif en een slanke getande snavel.

Het vrouwtje en juvenielen ('roodkoppen') hebben een kastanjebruine kop en een witte kin.

grote zaagbek man

grote zaagbek vrouw

middelste zaagbek man

middelste zaagbek vrouw

nonnetje man

nonnetje vrouw

kokardezaagbek man

kokardezaagbek vrouw

Stekelstaarten

(oxyura)

 

Dit zijn korte dikke duikeenden met een grote kop en korte hals.

Ze zwemmen vaak met een opgerichte staart. Soms steken ze alleen met de kop boven het water uit.

De roep van de mannetjes is klokkend, van de vrouwtjes piepend.

witkopeend

rosse stekelstaart

Maak jouw eigen website met JouwWeb