Rouwtapuit

(oenanthe lugens)

 

Beide geslachten zijn zwart-wit met een licht vleugelveld in de vlucht en geelbruine onderstaartdekveren. Hij verschilt van de lichte en zwartkelige oostelijke Blonde Tapuit door het met elkaar verbonden zwart van de mantel, vleugels en hals. De opvallende zwarte vorm (N-Jordanië, Z-Syrië) heeft alleen wit op de onderbuik en lijkt op de Picatatapuit.

De ondersoort halophila (NW-Afrika) heeft een onduidelijk vleugelveld, het vrouwtje heeft een grijze mantel en soms ook een grijze keel.

Zijn zang is gevarieerd, kort en herhalend of langer en babbelend. Zijn roep is tsjut, tsjut.

Wadi's, rotsige berghellingen en halfwoestijnen.

 

L 14,5 / SW 26-27,5