Westelijke Rifreiger
(egretta gularis)
De Westelijke Rifreiger heeft een witte en een donkere vorm alsmede tussenvormen. Hij heeft net als de iets sierlijkere Kleine Zilverreiger een kuif, sierveren en donkere poten met gele tenen, maar de snavel is korter en geel of bruinachtig. De donkere vorm varieert van bijna zwart tot blauwgrijs, de kin en keel wit. Onvolwassenen zijn grijsbruin. De gezichthuid is geelgroen met een oranje zweem in broedtijd.
De witte vorm is dominant in de iets grotere oostelijke ondersoort schistacea van de kusten van de Rode Zee en de Perzische Golf. De donkere vorm is dominant in de westelijke ondersoort gularis, een dwaalgast vanuit tropisch Afrika.
Komt vrijwel uitsluitend voor aan kusten.
L 55-65 / SW 86-104
Maak jouw eigen website met JouwWeb