Pallas' Rietgors

(emberiza pallasi)

 

De Pallas' Rietgors is kleiner, lichter, grijzer, minder roodbruin van boven en minder gestreept van onder dan de Rietgors. Het mannetje heeft lichte leigrijze (niet roodbruine) kleine vleugeldekveren (samen met het geluid het beste veldkenmerk) en het mannetje is alleen op de flanken gestreept. Het vrouwtje en onvolwassenen hebben grijsbruine kleine vleugeldekveren een lichtere, egalere oorstreek. In de winter zijn de lichte kruinstrepen vaag of afwezig.

Zijn roep is een kenmerkend Ringmusachtig tsiep en een Grote Pieperachtig maar zwakker r-r-riep.

Een kleine populatie broedt in NO-Europees Rusland. Overigens een zeldzame Siberische dwaalgast.

Gezien in Groot-Brittannië.

 

L 13-14 / SW 20,5-23