Kemphaan

(philomachus pugnax)

 

Het adult-zomer mannetje is onmiskenbaar. Het mannetje in de winter is als de Tureluur, maar heeft een meer flessenhalsachtige vorm, ovale witte stuitzijden kenmerkende geschubde bovendelen, een smalle witte vleugelstreep en geen helderrode snavel en poten. Het vrouwtje en juvenielen zijn duidelijk kleiner dan het mannetje, met een dunnere hals. De snavel is donkerbruin, maar bij het adult-zomer mannetje rood, geel of bruin. De poten zijn groengrijs of oranjerood.

In het voorjaar krijgen Kemphaan-mannetjes prachtige halskragen en oorpluimen, die worden gebruikt bij spectaculaire schijngevechten op traditionele gemeenschappelijke baltsplaatsen. De kragen en oorpluimen zijn zeer variabel van kleur met combinaties van wit, zwart, roodbruin en geelbruin, met bandering en strepen. De halskraag en oorpluimen zijn meestal verschillend.

Hij is vrij zwijgzaam, maar soms in de vlucht laat hij een toe-ie horen, in het voorjaar een diep uk-uk.

Moerasgebieden, vochtige graslanden. In de winter en tijdens de trek vaak in groepen in ondiep water.

In Nederland een broedvogel (sterk afgenomen), doortrekker en wintergast.

 

L 26-30 / SW 54-58 (haan) L 20-24 / SW 48-52 (hen) / BJ

Maak jouw eigen website met JouwWeb