Notenkraker
(nucifraga caryocatactes)
De Notenkraker is iets kleiner dan de Gaai. Hij is onmiskenbaar door het zwarte verenkleed met witte vlekken en in de vlucht opvallende witte staart en onderstaartdekveren.
De ondersoort caryocatactes in C- en NO-Europa.
De ondersoort macrorhynchos (Siberië) heeft een dunnere en langere snavel.
Hij heeft geen duidelijke zang, wel een babbelende subzang. Zijn roep is een vrij hoog en ver dragend gekras en andere krakende en krassende geluiden en een nachtzwaluwachtige trillende alarmroep.
Zijn vlucht is golvend, Gaaiachtig.
Hij zit vaak in een boomtop. Hij eet zaden van dennen (vooral in de Alpen) en hazelnoten (vooral in Scandinavië en N-Rusland). Hij legt ook voedselvoorraden aan, als een Gaai.
In Nederland incidentele broedgevallen en -pogingen, vooral na periodieke invasies in het voorafgaande najaar. In O-België een broedvogel.
L 32 / SW 52-58 / bI
Maak jouw eigen website met JouwWeb