Oeverloper
(actitis hypoleucos)
De Oeverloper is klein met korte poten. Hij is te onderscheiden van de andere grijsbruine steltlopers door de vliegwijze, zijn roep en de het meestal solitair voorkomen.
Hij vliegt laag over het water met trillende vleugels, omlooggebogen in de korte glijvlucht, schril hoog twie-wie-wie roepend. Bij het opvliegen schiet hij niet omhoog. Zijn zang in de cirkelvormige baltsvlucht is gebaseerd op zijn roep.
Hij zit vaak op stenen bij het water, voortdurend staartwippend en/of de kop op en neer bewegend.
Riviertjes, meren of beschutte baaien aan de kust. In de winter vooral aan zoetwater.
In Nederland en België een onregelmatige broedvogel, maar algemene doortrekker. Ook overzomerend, zeldzaam in de winter.
L 19-21 / SW 38-41 / bDW
Nest
Het Oeverloper broedt aan aan de oevers van stromend water (beken en rivieren), vooral daar waar de vlakke oever wat modderig en rijk aan grint is en omzoomd wordt door struiken en bomen. Vaak broedt hij ook aan oude rivierarmen, meren en oevers van stuwmeren. In heuvel- en bergland en vaak ook meren, plassen en vennen midden in het bos. De paren broeden solitair en ver van elkaar verwijderd. Hun broedplaats verraden ze door hun baltsvlucht, die zij vlak boven de waterspiegel houden en met hun heldere, schelle en karakteristieke roep begeleiden.
Het nest bestaat uit een verhoudingsgewijs diep nestkuiltje in modderige grond of zand. Dit wordt met stukjes bies, zeggen, grassen en dor blad bekleed. Het nest is dichter of verder van het water gelegen, maar ook vaak geheel door het water omringd. In de omgeving van een bezet nest zijn vaak nog meer nestkuiltjes die gedurende de balts zijn ontstaan.
Het vrouwtje legt meestal 4 eieren, meestal peervormig en wat groot voor de vogel. De eieren zijn roomkleurig geel tot warm roodachtig geel met onregelmatig verdeelde, maar toch voornamelijk aan het stompe einde staande rood- tot diepbruine vlekken en stippels en enige grijsviolette 'ondervlekjes'. Met tussenpozen van 1-2 dagen legt het vrouwtje de eieren. Het broeden duurt 21-22 dagen waaraan beide oudervogels deelnemen. De verzorging van de jongen komt voornamelijk voor rekening van het vrouwtje. Ze broeden van begin mei tot in juli.
Maak jouw eigen website met JouwWeb