Zangers
(sylviidae)
Dit zijn kleine zangvogels met een dunne insectenetersnavel. De geslachten zijn meestal gelijk. Juvenielen en onvolwassenen zijn meestal als de adult.
De vlucht is fladderend, met series snelle vleugelslagen.
Het geluid is meestal zeer belangrijk als determinatiekenmerk.
De biotoop bestaat uit gebieden met enige dekking, zoals bomen, struiken en rietvelden. Ze nestelen in een struik of op of vlak boven de grond.
De meeste soorten zijn trekvogels.
Locustella-zangers
(locustella)
Dit zijn bruine zangers met een brede, sterk trapvormige en afgeronde staart (zwaar lijkend in de vlucht), en lange onderstaartdekveren.
De zang is meestal snorrend, trillend of ratelend, krekelachtig, de geluidssterkte varieert met het draaien van de kop, meestal vanuit dichte begroeiing maar soms vanaf een opvallende zangpost.
Ze zijn schuw, ze blijven in dichte struiken of moerasvegetatie, ze rennen en sluipen daar als een muis.
sprinkhaanzanger
snor
krekelzanger
siberische sprinkhaanzanger
kleine sprinkhaanzanger
grote krekelzanger
Karekieten en Rietzangers
(acrocephalus)
Dit zijn zangers met bruine bovendelen, lichtere onderdelen, een witachtige keel en een afgeronde staart.
Ze hebben scheldende ratelende roepjes die op elkaar lijken, imiterend. De min of meer herhalende zang is verschillend en kenmerkend.
Ze leven verborgen in dichte moerasvegetaties.
kleine karekiet
bosrietzanger
veldrietzanger
struikrietzanger
grote karekiet
basrakarekiet
indische karekiet
diksnavelrietzanger
zwartkoprietzanger
waterrietzanger
rietzanger
cetti's zanger
graszanger
maquiszanger
gestreepte prinia
Spotvogels
(hippolais)
Dit zijn egaal gekleurde zangers met een lichte teugel, waardoor ze zich onderscheiden van de karekieten, de boszangers en de Tuinfluiter. Ook hebben ze kortere onderstaartdekveren dan de karekieten, een kortere snavel dan de boszangers en een dikkere snavel dan de Tuinfluiter.
Onvolwassenen zijn vaak grijzer.
De zang is babbelend, gevarieerd, langdurig aangehouden.
Vaak zetten ze de kruinveren op.
kleine spotvogel
vale spotvogel
grote vale spotvogel
griekse spotvogel
orpheusspotvogel
spotvogel
Grasmussen
(sylvia)
De mannetjes zijn meestal opvallender gekleurd dan de vrouwtjes.
De meeste soorten hebben twee typen roepen, een krassende snorrende roep en een harde variant van tek of tak.
tuinfluiter
grasmus
braamsluiper
sperwergrasmus
zwartkop man
zwartkop vrouw
kleine zwartkop
ménétries' zwartkop
cyprusgrasmus
rüppells grasmus
arabische zwartkop
orpheusgrasmus
sardijnse grasmus
provençaalse grasmus
atlasgrasmus
brilgrasmus
baardgrasmus
woestijngrasmus
Boszangers
(phylloscopus)
Dit zijn kleine groen- of geelachtige zangers, kleiner dan spotvogels. De geslachten zijn gelijk. De aan- of afwezigheid van de wenkbrauwstrepen en de vleugelstrepen zijn belangrijke kenmerken.
De zang en de roep zijn vaak diagnostisch.
Het zijn zeer actieve vogels, vaak bewegen ze de staart met een kort rukje.
noordse boszanger
grauwe fitis
bergfluiter
fluiter
dwergtjiftjaf
bergtjiftjaf
tjiftjaf
fitis
raddes boszanger
bruine boszanger
kroonboszanger
bladkoning
pallas' boszanger
Goudhanen
(regulus)
Dit zijn zeer kleine groenachtige zangers, de kleinste broedvogels van de regio, met een markante koptekening en een zeer fijne snavel.
goudhaan
tenerifegoudhaan
vuurgoudhaan
roodkroonhaan
Maak jouw eigen website met JouwWeb