Baardgrasmus

(sylvia cantillans)

 

Het mannetje is als de Provençaalse Grasmus maar lichter en met een opvallende witte mondstreep. Het vrouwtje is meer als een klein vrouwtje Braamsluiper met relatief een langere staart en bruinere vleugels, of als het vrouwtje Brilgrasmus, maar de keel is minder wit dan beide.

Zijn zang is als die van de Kleine Zwartkop maar muzikaler, zonder knarsende tonen, en hoger en met langere strofen dan die van de Provençaalse Grasmus, vaak in een dansende zangvlucht. Zijn roep is een zacht tek of een ratelend tjerr.

Open bos met struiken, maquis.

In W-Europa een zeldzame gast, ook in Nederland en België.

 

L 12-13 / SW 15-19 / Z