Knobbelzwaan
(cygnus olor)
De Knobbelzwaan is de talrijkste zwaan. De snavel van de adult is oranje met een zwarte knobbel, van het kuiken en de juvenielen rozig zonder knobbel. De kuikens en juvenielen van de zeldzame variëteit 'Poolse Zwaan' zijn geheel wit.
Op het land heeft hij een lompe waggelende gang, in het water is hij gracieus met gebogen hals en een iets opgerichte staart.
In de vlucht maken de vleugels een zingend geluid.
Hij is zwijgzaam, maar bij gevaar laat hij een sissend en knorrend geluid horen.
Hij broedt aan stilstaande of weinig stromende wateren in moerasgebieden, estuaria en steden.
Het gehele jaar aanwezig in Nederland en België, na broedtijd vaak in grote groepen.
L 145-160 / SW 208-238 / BJ
Nest
Ze nestelen op grotere watervlaktes, zoals meren, grotere plassen, ruime rivierarmen en of delta's met uitgestrekte oevers. De tammere Knobbelzwanen ook op kleine parkvijvers. De zwanen vormen vaste paren, die vaak vele jaren tezamen leven.
Het nest is een groot, los, tamelijk plat bouwsel dat bestaat uit takjes, riet en allerlei andere planten. De doorsnede van het fundament is 1,5 tot 2 meter, de nestkom 40-45 cm. De nestkom is met fijn materiaal belegd, zowel droog als nat, en is altijd met een paar witte donsveertjes versierd. Hetzelfde nest wordt vaak jaren achterelkaar gebruikt maar wordt dan wel elk jaar gerestaureerd. De nesten zijn meestal dicht bij het open water gelegen. De oudervogels benaderen het nest steeds uit dezelfde richting waardoor in de vertrapte en geknikte begroeiing een weggetje ontstaat.
Het broedsel bestaat uit 5-9 blauwachtige eieren. Vooral het vrouwtje, af en toe door het mannetje afgelost, broedt 35-36 dagen. Het mannetje blijft wel in de nabijheid van het nest en bewaakt het nauwlettend.
Maak jouw eigen website met JouwWeb