Groenpootruiter
(tringa nebularia)
De Groenpootruiter is de grootste van de in het gebied broedende ruiters. Hij is lichter dan de Tureluur (vooral in de winter), heeft geen wit in de bovenvleugel in de vlucht en de witte rugwig loopt verder naar voren. De iets opgewipte snavel is grijsblauw, de poten licht olijfgroen. In de winter is hij soms zeer licht met vage streepjes op de kop.
Zijn kenmerkende roep (vrijwel altijd bij het opvliegen) is een helder fluitend meestal drievoudig tjuu-tjuu-tjuu. Ook een Tureluurachtig tsjip en bij alarm een herhaald kruuiep. Zijn zang is een fluitend herhaald ruu-tuu.
Moerassen, hoogvenen, drassige open plekken in bossen. In de winter bij zoet- en zoutwater.
In Nederland en België doortrekker en overzomeraar.
L 30-33 / SW 68-70 / D
Maak jouw eigen website met JouwWeb