IJsduiker
(gavia immer)
De IJsduiker is groter en steviger dan de Parelduiker, met een forsere snavel, een steiler voorhoofd en een zwaardere vlucht met duidelijk uitstekende poten.
In zomerkleed heeft hij een geheel zwarte kop en snavel en een opvallende band van witte strepen op de hals en een opvallende zwartwittekening op de rug.
In winterkleed zijn de kruin en achterhals donkerder dan de rug. De afscheiding tussen het donker en wit op de kop is minder scherp, het wit soms tot boven het oog. De kop en snavel worden vrijwel horizontaal gehouden.
De roep is luid, spookachtig en klagend, in de vlucht een keelachtig kwuk-kwuk-kwuk.
Hij broedt aan grotere meren, vaak op eilanden.
In Nederland en België een zeldzame wintergast.
L 69-91 / SW 127-147 / DW
Maak jouw eigen website met JouwWeb