Blonde Tapuit
(oenanthe hispanica)
Het mannetje in de zomer heeft een opvallend contrast tussen de roomgeelbruine kruin (donkerder in de winter), rug en onderdelen en de zwarte vleugels. Het masker is zwart, de keel wit of zwart. De stuit en staart zijn als die van de Tapuit. Het vrouwtje is als het vrouwtje van de Tapuit, de keel eveneens wit of zwart, maar de vleugels en het masker zijn zwarter en de wenkbrauwstreep meestal vager dan bij de Tapuit.
Er bestaat een grote individuele variatie, vooral in keelkleur, zowel bij de westelijke ondersoort hispanica als bij de oostelijke ondersoort melanoleuca. De ondersoort melanoleuca is meestal lichter, vaak bijna wit, met een breder zwart masker en een grotere zwarte keelvlek, zoals de sterk gelijkende Bonte Tapuit.
Hij heeft een krassende en rollende zang, vaak voorafgegaan door plit. Zijn roep is raspend.
Rotshellingen, steppen en andere vlakke gebieden met maquis of andere struikvegetaties. Ten noorden van het broedgebied een dwaalgast, ook in Nederland en België.
L 14,5 / SW 25-27 / Z
Maak jouw eigen website met JouwWeb