Oehoe
(bubo bubo)
De Oehoe is een zeer grote bruine uil, met een grootte als van de Havikarend. Hij verschilt van alle dagroofvogels door de opvallende oorpluimen en het masker. Hij heeft grote ogen met een oranje iris.
Er is variatie in grootte en kleur van noord naar zuid:
De ondersoort sibiricus (W-Oeral) is de grootste en de lichtste.
De ondersoort bubo (Europa) is hierboven beschreven.
De ondersoort hispanus (Iberisch Schiereiland) is als de bubo maar kleiner.
De ondersoort ascalaphus (N-Afrika, Midden-Oosten) is klein, met een korte staart en lange poten, soms zeer licht.
Zijn zang is een diep bóe-hoe, met de nadruk op de eerste lettergreep. Zijn roep is o.a. een krassend kvek, kvek.
Zijn vlucht is buizerdachtig.
Dichte loof- en naaldbossen en rotsige bergkloven en woestijnen (zijn kleed is daar lichter). Hij jaagt in de schemering op zoogdieren en vogels tot zo groot als een ree en Auerhoen.
In Nederland vermoedelijk onregelmatig broedend in Zuid-Limburg, elders een dwaalgast. In België een broedvogel in toenemend aantal in Wallonië.
L 60-75 / SW 160-188 / bZ
Maak jouw eigen website met JouwWeb