Fitis
(phylloscopus trochilus)
De Fitis is de algemeenste zanger in een groot deel van N-Europa. Hij heeft olijfgroene bovendelen en witachtige onderdelen met een gele waas en streping. Juvenielen zijn sterker geel van onder. Onvolwassenen zijn als de adult. De wenkbrauwstreep is duidelijk dan bij de Tjiftjaf. Hij heeft geen vleugelstrepen. De poten zijn meestal geelbruin, maar soms iets donkerder.
De ondersoort acredula (N-Europa, W-Siberië) is iets groter. Het verenkleed is zeer variabel maar meestal grijsbruiner van boven en minder geel van onder.
Zijn zang is heel anders dan die van de Tjiftjaf, een melancholieke vloeiende serie aflopende fluittonen. Zijn roep is een tweelettergrepig hoe-iet.
Open landschappen met bomen en veel struiken.
In Nederland en België een talrijke broedvogel en doortrekker.
L 11 / SW 15-21 / BJ
Maak jouw eigen website met JouwWeb