Grote Bonte Specht
(dendrocopos major)
Dit is de talrijkste bonte specht. Hij heeft grote witte vleugelvlekken en rode onderstaartdekveren. De adult heeft een zwarte kruin, het mannetje met een rode achterhoofdsvlek, juvenielen met een rode kruin.
De ondersoort pinetorum (C- en W-Europa) is iets kleiner en iets donkerder.
De ondersoorten anglicus (Groot-Brittannië), italiae (Italië) en hispanus (Iberisch Schiereiland) zijn nog donkerder en hebben meer geelbruin op de wangen.
De ondersoorten candidus (Balkan) en tenuirostris (Krim. Kaukasus) hebben witte, roomwitte of grijsbruine onderdelen.
De ondersoort poelzami (ZO-Transkaukasië) is het donkerst, alle lichte delen van de kop en het lichaam zijn rookbruin.
De ondersoorten parroti (Corsica) en harterti (Sardinië) zijn iets groter.
De ondersoort numidus (Algerije, Tunesië) hebben een opvallende zwart-rode borstband en meer rood op de buik.
De ondersoort mauritanus (Marokko) is als de numidus maar zonder zwart op de middenborst.
De ondersoort canariensis (Tenerife) heeft vaalbruine onderdelen.
De ondersoort thanneri (Gran Canaria) heeft crème-bruine onderdelen.
Hij heeft een opvallende golvende vlucht, met enkele snelle vleugelslagen stijgend, met gesloten vleugels dalend tot golfdal.
Zijn roep is een scherp tsjik. Ook heeft hij trillende en snorrende geluiden bij opwinding. Hij roffelt veelvuldig in het voorjaar, 10-16 slagen in een halve seconde.
Alle soorten bossen, boomgaarden, tuinen, parken en andere gebieden met bomen.
In Nederland en België een talrijke broedvogel. Standvogel. Soms doortrek van noordelijke vogels.
L 22-23 / SW 34-39 / BJ
Nest
De Grote Bonte Specht geeft de voorkeur aan gemengd bos. Ook broedt hij regelmatig in grote parken en oude tuinen. Zijn territorium is tijdens de broedtijd 40-60 ha groot. Zijn broedgebied blijft hij vaak talloze jaren trouw. In de bomen van zijn gebied hakt hij vele gaten, waarvan hij er enkele gebruikt om in te overnachten of te broeden. Het grootste deel van de gehakte gaten wordt echter niet afgemaakt. Ook gebruikt hij verlaten holen van andere spechtsoorten, soms ook nestkasten. Ze broeden maar 1 keer per jaar, van april tot in juni.
Het uithakken van de nestholte duurt ongeveer 3 weken. Het vlieggat heeft een diameter van 5-5,5 cm, de holte is 20-30 cm diep en ongeveer 15 cm breed. De binnenwand ervan is bijzonder glad. De hoogte van het vlieggat is vaak zeer verschillend, meestal tussen 4-10 m, in bijzondere gevallen ligt het niet meer dan 1 m boven de grond. De nestholte heeft meestal geen bekleding , alleen houtschilfers en splinters op de bodem.
Het vrouwtje legt 4-7 wit glanzende eieren. De oudervogels lossen elkaar bij het broeden gedurende 12-13 dagen af en zitten dan nog 12 dagen op de jongen. De jongen laten zich voortdurend horen met hun roep om voedsel. Wanneer zij 20-24 dagen oud zijn verlaten zij het nest en worden nog 8-14 dagen door de oudervogels gevoerd. 's Nachts keren ze terug naar hun nestholte.
Maak jouw eigen website met JouwWeb