Grote Mantelmeeuw

(larus marinus)

 

Dit is de grootste meeuw. Hij is als de Kleine Mantelmeeuw maar heeft een veel zwaardere snavel, bijna zwarte bovendelen en altijd roze poten. De iris is meestal lichtgrijs. Juvenielen zijn lichter dan de juveniele Zilvermeeuw en Kleine Mantelmeeuw, en hebben zwart-wit geblokte bovendelen.

Zijn vlucht is aanmerkelijk zwaarder en op meer gebogen vleugels dan die van de Zilvermeeuw. Hij is agressief tegenover andere meeuwen.

Zijn geluiden zijn lager dan die van de Zilvermeeuw. In de broedtijd een diep grinnikend geluid.

Hij broedt vaak niet in kolonies, op zeekliffen en rotseilanden. In de winter aan de kust of in het binnenland.

In Nederland en België het gehele jaar aanwezig. In ZW-Nederland een broedvogel sinds 1993.

 

L 64-78 / SW 150-165 / bJ

Nest

 

De Grote Mantelmeeuw nestelt het liefst op rotsachtige kusten en ook op vlakke eilanden die niet ver van de kust af liggen en met gras of struikgewas begroeid zijn. In Noord-Europa ook vaak aan de oevers van zoetwatermeren, van grote rivieren of aan brakwater in de nabijheid van de zeekust. Ze broeden in grote kolonies, soms samen met andere zeevogels zoals Zilvermeeuwen. Maar ook alleen broedende paartjes komen voor.

In mei beginnen ze een nieuw nest te bouwen of een oud nest te repareren. Het nest is een omvangrijk bouwwerk van takjes, heidestengels, zeewier, grassen en dergelijke, dat gewoonlijk met wat veertjes wordt gevoerd en waarvan de rand vaak met steentjes of stukken hout versierd wordt. De doorsnede bedraagt 60-70 cm, de hoogte 15-20 cm en de doorsnede van de nestkom 20-25 cm. 

Het vrouwtje legt van mei tot juni in de loop van 3-4 dagen 2-4, maar meestal 3 eieren. De schaalkleur varieert van licht zandkleurig tot olijfbruin, met vrij regelmatig over het gehele oppervlak verdeelde meer of minder dicht opeenstaande, warm donkerbruine oppervlaktevlekken en grijsviolette 'ondervlekken'. Cyanistische, soms vrijwel of geheel ongevlekte eieren komen soms voor, fraai roodachtig verkleurde heel soms. De broedtijd duurt 26-28 dagen. Beide vogels zitten afwisselend, vanaf dat het eerste ei is gelegd, op het nest. In een verloop van 3-4 dagen komen de jongen uit en tussen hen bestaat daaro een duidelijk verschil in grootte. De ouders voeren allebei de jongen. Na ongeveer 45 dagen beginnen de jongen te vliegen.

Maak jouw eigen website met JouwWeb