Brilgrasmus

(sylvia conspicillata)

 

Het mannetje verschilt van het grotere mannetje van de Grasmus door de donkerdere kop en rug, de wittere keel en rozige borst. Hij verschilt van het mannetje van de Baardgrasmus door het ontbreken van de mondstreep, de witte keel, de lichtere borst en de roodbruine vleugels. Hij verschilt van beide door de lichte oogring en de gelige poten. Vrouwtjes, onvolwassenen en juvenielen zijn lichter met opvallende roodbruine vleugels, maar sommige onvolwassenen zijn minder roodbruin en te verwarren met de Baardgrasmus.

Zijn zang is Grasmusachtig, vaak in een zangvlucht. Zijn roep is tak, tak, en een Winterkoningachtig ratelend trrrrrrrrrrr.

Open terreinen met lage struikjes en hoge kruiden, in kustgebieden ook in zeekraal.

Ten noorden van het broedgebied een dwaalgast.

 

L 11-13 / SW 13,5-17 / Z