Zwarte Ruiter
(tringa erythropus)
De adult-zomer is geheel donker behalve een witte rugwig en een witte ondervleugel. Hij verschilt van andere ruiters door de lange rechte snavel met een rode basis. In de winter verschilt hij van de kleinere Tureluur door het ontbreken van wit in de bovenvleugel, de witte wenkbrauwstreep voor het oog, de wittere onderdelen en de langere poten (duidelijk voorbij de staart stekend in de vlucht). Hij verschilt dan van de iets grotere Groenpootruiter door de rode poten. Het vrouwtje heeft witte veerranden op de buik. Tijdens de rui lijkt ze bont gevlekt.
Hij heeft een kenmerkende roep, een helder tweetonig tjoe-wiet. Ook een scheldend tsjik.
Vochtige delen in bossen, heide en toendra. In de winter aan zoet- en brakwater.
In Nederland en België vooral een doortrekker en in kleine aantallen een overwinteraar.
L 29-31 / SW 61-67 / J
Maak jouw eigen website met JouwWeb