Kleine Trap

(tetrax tetrax)

 

Dit is de kleinste trap. Aan de grond lijkt hij voornamelijk bruin, als een grote hoender, maar in de vlucht heeft hij opvallend veel wit op de vleugels. De bovendelen zijn bruin, de onderdelen wit. Het adult-zomer mannetje heeft grijze wangen en keel, een witomgrensde zwarte hals en een witte en zwarte borstband.

Zijn roep in de vlucht is een kort dahg, zijn baltsroep een ver dragend snorrend ptrrr. Zijn vleugels maken een fluitend geluid. 

Zijn vlucht is hoender- of eendachtig.

In de broedtijd is hij schuw. 

Droge grasvlakten en uitgestrekte landbouwgebieden, soms met verspreide bomen en struiken.

In Nederland en België een dwaalgast.

 

L 40-45 / SW 105-115 / Z