Ringsnavelmeeuw
(larus delawarensis)
In de winter is hij als een grote adult-winter van de Stormmeeuw met langere poten, een lichtere rug, een smallere rechtere witte tertialrand en een zwaardere vaalgele snavel met een iets scherper begrensde zwarte band bij de punt. Of gelijkend op een heel kleine Zilvermeeuw met groengele poten en een donkere band bij de snavelpunt, maar geen rode vlek. Hij verschilt van beide door de lichte iris, de kleinere witte vlekken aan de vleugelpunten en de donkere onderzijde van de handpennen. Juveniele en onvolwassen Stormmeeuwen en Zilvermeeuwen zijn veel minder grof gevlekt op de borst en flanken.
Zijn vlucht is verender dan die van de Zilvermeeuw maar minder dan die van de Stormmeeuw.
De meest frequente van de N-Amerikaanse meeuwen in Europa, vooral op de Britse eilanden. Op het vasteland zeldzamer, ook in Nederand en België. Tegenwoordig een jaarlijkse gast in W-Europa, zuidelijk tot Marokko.
L 43-47 / SW 120-135 / Z
Maak jouw eigen website met JouwWeb