Bobolink

(dolichonyx oryzivorus)

 

Het mannetje is in de zomer grotendeels zwart, maar met wit op de vleugels, stuit en staartbasis (zeer opvallend in de vlucht) en licht geelbruin op het achterhoofd. In de winter is hij meer als het vrouwtje en onvolwassenen, als een geelbruine Grauw Gors, met een zware streping op de kop en bovendelen, de mantel met lichte 'bretels'. De staartpennen zijn in alle kleden opvallend puntig. 

Zijn vluchtroep is een herhaald pink.

N-Amerika.

 

L 15-20 / SW 26-32

Maak jouw eigen website met JouwWeb