Europese Kanarie

(serinus serinus)

 

De Europese Kanarie is de kleinste wijd verspreide Europese vink. De bovendelen zijn geel tot geelgroen met donkere strepen, de stuit is heldergeel. Het mannetje heeft ook een heldergele koptekening en borst. Hij verschilt van de Sijs door de korte, dikke en stompe snavel, de meer opvallende gele stuit en het ontbreken van geel op de staartzijden en het zwart op de kop en keel (mannetje Sijs). Juvenielen zijn zwaarder gestreept, zonder gele stuit.

Zijn zang is rinkelend en sissend, als een fluisterende Grauwe Gors, lang aangehouden, vaak in een zangvlucht. Zijn roep lijkt op die van de carduelis-vinken, in de vlucht tirrilillit, bij alarm tsjoe-iet.

Bosranden, bosschages, boomgaarden, tuinen, stadsparken, tot in bergen. Hij nestelt in cipressen en andere naaldbomen. Recentelijk ook op de Canarische Eilanden, maar mogelijk betreft dit uit gevangenschap ontsnapte vogels.

In Nederland (Limburg) en O-België een broedvogel, enkele overwinteren.

 

L 11,5 / SW 20-23 / BJ