Watersnip
(gallinago gallinago)
Dit is de algemeenste snip. De snavel is zeer lang (6-7 cm), in verhouding tot de kop langer dan bij enige andere vogel. Dit tezamen met zijn zigzag-vlucht, de witte vleugelachterrand en de luide skrètsj-roep het beste verschil met andere steltlopers (behalve andere snippen). Hij heeft witte banen over de ondervleugel.
Vanaf een zangpost laat hij een aanhoudend 'kloktikken' horen, tjip-pu, tjip-pu. In de zangvlucht een blatend geluid tijdens een schuine duik omlaag, veroorzaakt door de resonerende buitenste staartpennen.
In Nederland en België het gehele jaar aanwezig.
L 25-27 / SW 44-47 / BJ
Nest
Het nest ligt niet ver verwijderd van waar het mannetje zijn typische baltsvlucht uitvoert. Het nest bestaat uit een kuiltje dat soms geheel open en bloot ligt en soms goed verstopt in een gras-, zegge- of heidepolletje en dat met dorre grassprietjes wordt gevoerd. Ondanks dat er tijdens de broedtijd nog wat aan het nest gebouwd wordt, wordt het nest nauwelijks 3 cm dik.
Het vrouwtje legt in de regel 4 eieren en die worden in de regel allen door het vrouwtje bebroed. De eieren lijken op die van andere weidevogels. De kleur is van bleekgroenachtig grijs, soms blauwachtig tot olijfgroen. De tekening bestaat uit meer of minder dicht opeenstaande, vaak spiraalvormige gewonden, licht- tot donkersepiabruine vlekken en vlekjes. Het vrouwtje broedt 19-21 dagen en verlaat bij naderend gevaar onmiddellijk het nest.
Maak jouw eigen website met JouwWeb