Zomertaling

(anas querquedula)

 

De Zomertaling is iets groter en langer dan de Wintertaling en met een steiler voorhoofd. Het mannetje is onmiskenbaar met een brede lange witte wenkbrauwstreep. Beide geslachten hebben een blauwgrijze voorvleugel (valer bij het vrouwtje) , grijzer dan bij de Slobeend en Blauwvleugeltaling. Het vrouwtje en juvenielen hebben een gestreept koppatroon en een lichte vlek aan de snavelbasis en geen lichte vlek aan de staartbasis. Het speculum is groen. De snavel van het mannetje is donkergrijs, van het vrouwtje olijfgrijs. De poten zijn grijs.

De roep van het mannetje in het voorjaar is een merkwaardig ratelende keelklank, als van een enkele in een doosje rammelende lucifer, die van het vrouwtje is een laag gekwaak.

In ondiep zoetwater. Hij overwintert ten zuiden van de Sahara.

In Nederland en België een broedvogel in kleine aantallen.

 

L 37-41 / SW 60-63 / BD

Maak jouw eigen website met JouwWeb