Pimpelmees
(parus caeruleus)
Dit is de enige mees met voornamelijk blauwe en gele kleuren, vooral de helderblauwe kruin is kenmerkend. De mantel is grijsgroen of blauwgroen. Juvenielen zijn veel groener en geler, met een donkere tekening een grijsgroene kruin en de witte delen zijn geel.
De ondersoort caeruleus (continentaal Europa) zoals hierboven. Op de eilanden in de Middellandse Zee meestal lichter, maar het lichtst en kleinst in het Zagrosgebergte, Iran (ondersoort persicus). Op de Canarische Eilanden en in NW-Afrika is de kop donkerder, de mantel variërend van grijs, via blauwgrijs tot olijfgroen en de snavel iets langer en dunner.
De ondersoort palmensis (La Palma) heeft een witte buik.
De ondersoort ombriosus (Hierro) heeft een olijfgroene mantel.
De ondersoort teneriffae (Gomera, Tenerife, Gran Canaria) heeft een donkerblauwe mantel en heeft geen wit op de vleugels.
De ondersoort degener (Lanzarote, Fuerteventura) heeft een lichtblauwgrijze mantel.
De ondersoort ultramarinus (NW-Afrika) heeft een donkerblauwgrijze mantel.
Hij heeft vele geluiden, waaronder een kenmerkend scheldend tsie-tsie-tsie-tsit. Zijn zang is een hoog tingelend tie-tie-tie-tuhuhuhuhu ('zilveren lachje').
Talrijk in loofbossen, gebieden met verspreide bomen en struiken, parken, tuinen, palm- en olijfplantages. Op de Canarische Eilanden foerageert hij op boomstammen, als een boomkruiper.
In Nederland en België een zeer talrijke standvogel.
L 11,5 / SW 17,5-20 / BJ
Maak jouw eigen website met JouwWeb