Maskergors
(emberiza spodocephala)
Het mannetje heeft een donkergrijze kop en borst met een zwart gezicht, bruine stuit en vaag gestreepte licht geelbruine onderdelen. In de winter is hij valer. Het vrouwtje is vaal grijsbruin, Heggemusachtig, met vaak een onduidelijke wenkbrauw- en kruinstreep. Onvolwassenen zijn variabel, tussen het mannetje en vrouwtje in de winter. De bovensnavel is donker, de ondersnavel lichtroze.
Zijn roep is een metalig tzit of tzie.
Zeldzame Siberische dwaalgast. Gezien in Groot-Brittannië, Helgoland (Duitsland), Finland en Nederland.
L 16 / SW 20-23 / Z
Maak jouw eigen website met JouwWeb