Lannervalk

(falco biarmicus)

 

De Lannervalk zit qua grootte tussen de Sakervalk en de Slechtvalk in. De europese broedvogels hebben een langere staart, langere stompere vleugels, bruinere bovendelen en een veel smallere baardstreep dan de Slechtvalk, en een rood- of geelbruine kruin met donkere streepjes. Sommige donkere vogels hebben een Slechtvalkachtige kop met vrijwel ongevlekte wangen. De iets grotere Sakervalk is forser en nog bruiner, met contrasterende donkere handpennen, lichtere kruin en onduidelijke baardstreep.

De ondersoort feldeggii (Italië tot Turkije) hierboven beschreven.

De ondersoort erlangeri (N-Afrika) is slanker en, net als de ondersoort tanypterus (Midden-Oosten), lichter en minder zwaar getekend.

Open landschappen en woestijnen. Hij nestelt op rotskliffen, soms in ruïnes.

 

L 34-50 / SW 90-115