Rüppells Grasmus

(sylvia rueppelli)

 

Het mannetje heeft een zwarte kruin, keel en bovenborst, doorsneden door een witte mondstreep. Hij heeft lichte randen op de armpennen en dekveren. Het vrouwtje en onvolwassenen hebben een grijzere kop, hoewel bij het adulte vrouwtje soms bijna net zo donker als het mannetje, en bruinere onderdelen met een variabel gestreepte keel. Beide geslachten hebben een rode iris en oogrand, roodachtige poten en opvallend wit in de buitenste staartpennen.

Zijn zang is als die van de Kleine Zwartkop, maar gemengd met een hardere staccato ratel, soms in een Groenlingachtige zangvlucht.

Struiken en maquis op rotsige hellingen.

 

L 14 / SW 18-21