Beflijster

(turdus torquatus)

 

De Beflijster verschilt van de Merel door de brede witte borstband (maar sommige gedeeltelijk albino Merels hebben soms ook een borstband), de geschubde onderdelen en de lichte randen aan de vleugelveren, waardoor de vleugel soms zeer licht lijkt. Het vrouwtje is bruiner en meer geschubd. Juvenielen hebben opvallender gevlekte onderdelen dan de juveniele Merel.

De ondersoort alpestris (C- en Z-Europa) is lichter met opvallender lichte randen aan de lichaams- en vleugelveren.

De ondersoort amicorum (Kaukasus tot Transkaspië) heeft nog opvallender veerranden.

Zijn zang is eenvoudig, fluitend, met twee of drie tonen. Zijn roep is een scherp tok-tok-tok, klinkend als een over het ijs stuiterend steentje.

Berggebieden en hoogvenen met verspreide rotsen en bomen. 

In Nederland en België een doortrekker in het voor- en najaar. Heeft in België enkele malen gebroed.

 

L 23-24 / SW 38-42 / D

Maak jouw eigen website met JouwWeb