Aalscholver
(phalacrocorax carbo)
De Aalscholver is de grootste geheel donkere watervogel. De adult heeft een witte plek op de kop, een gele of oranjegele keelzak, een groene iris en in de zomer een witte dijvlek. Veel oudere vogels, vooral in C- en Z-Europa (ondersoort sinensis) en NW-Afrika (ondersoort maroccanus) hebben in zomerkleed wit op de kop en hals. Juvenielen en onvolwassenen hebben een lichte keel, de onderdelen zijn witachtig tot meer donker gevlekt.
De ondersoort carbo (Atlantische kusten, broedend op kliffen) hebben een paarse glans op het verenkleed. In Nederland een dwaalgast.
De ondersoort sinensis is kleiner en hebben een groene glans op het verenkleed. Ze hebben meestal wat meer wit op de kop en hals in zomerkleed. Deze is in de laatste jaren in Nederland sterk uitgebreid.
De ondersoort maroccanus lijkt op de sinensis maar heeft een witte bovenborst.
In de vlucht houdt hij de hals op hetzelfde niveau als het lichaam.
De geluiden zijn gutturaal.
Hij broedt aan kustwateren, zoetwatermoerassen en meren, hij nestelt op kliffen of in bomen.
L 80-100 / SW 130-160 / BJ
Nest
Hij broedt altijd in de buurt van visrijke gebieden, aan de kust, in de buurt van de grote rivieren en riviermondingen of dichtbij grote meren. Ze nestelen in kolonies van honderden tot duizenden paren bijeen. Soms ook in gemeenschappelijke kolonies met andere vogels.
Het nest bouwen ze of op steile klippen of in hoge bomen, vaak met meerdere nesten in dezelfde boom, soms in rietland. De onderlaag van de nesten bestaat uit sterke takken, het bovendeel uit dunnere, droge twijgen gemengd met wat verse groene takken. De nestkom is gevoerd met stro, gras, biezen en rietlinten. Ze gebruiken bouwmateriaal dat zij in de omgeving vinden. Zo bevatten nesten aan de zeekust vaak zeegras of wier. De takken breken ze in de buurt van hun nest af of halen ze uit het water. Er wordt gedurende de gehele broedtijd aan het nest gebouwd, zelfs soms nog tijdens het opvoeden van de jongen. Ze bouwen niet elk jaar een nieuw nest, zo mogelijk gebruiken ze de ondergrond van oude nesten van het vorige jaar, die zij repareren en verbouwen. Soms worden ook reiger- of Roeknesten in beslag genomen en uitgebouwd.
Het vrouwtje legt 3-5 licht groenblauwe eieren, bij doorvallend daglicht schijnen ze smaragdgroen. De witte, lichtgelige kalklaag wordt vaak bruinachtig door rottend nestmateriaal.
Beide oudervogels broeden 23-24 dagen, soms al in februari. De jongen vliegen kort na het uitkomen tussen de takken in de kolonie en worden dan nog 30-56 dagen door de ouders gevoerd.
Maak jouw eigen website met JouwWeb