Parelduiker
(gavia arctica)
De Parelduiker zit tussen de IJsduiker en de Roodkeelduiker in qua afmeting, snavelgrootte, pootprojectie voorbij de staart in de vlucht en de snelheid van vleugelslagen.
Hij heeft een opvallend zomerkleed met een grijze kop en een zwarte vlek op de voorhals.
In winterkleed verschilt hij van de zwaardere IJsduiker door een minder steil voorhoofd, een grijzere kop en nek (contrasterend met de donkere rug) en meestal een duidelijk afgescheiden witte vlek op de achterflank. Hij verschilt in winterkleed van de Roodkeelduiker door de donkere ongevlekte rug, de grotere witte vlek op de achterflank en de meer uitgebreide, tot onder het oog lopende, en meer contrasterende donkere tekening op kop en nek, en de vrijwel horizontaal gehouden kop en snavel.
Het geluid en de biotoop zijn als die van de IJsduiker.
Hij broedt aan kleine meertjes in hoogveengebieden, heides en toendra en zoekt voedsel op grotere wateren of op zee.
In Nederland en België een doortrekker en wintergast, maar beduidend minder algemeen dan de Roodkeelduiker.
L 58-73 / SW 110-130 / DW
Maak jouw eigen website met JouwWeb