Ivoormeeuw

(larus eburnea)

 

De adult is de enige volledig puurwitte meeuw (uitgezonderd albino's van andere soorten). Ze hebben geen kopstrepen of -vlekjes in de winter. Het lichaam is dik, de vleugels kort, puntig en met een brede basis. De korte snavel is geel met een rode punt, de oogring is vermiljoenrood. Hij heeft korte zware poten. Juvenielen en onvolwassenen zijn uniek getekend met grijzige vlekken rond de snavel en voor het oog en rijen zwarte vlekjes op de vleugels. De snavel is grijs met een lichtere punt.

Zijn vlucht is verend, als die van de Drieteenmeeuw, vaak met afhangende poten.

Zijn roep is een krassend krie-krie, kier, of karr.

Hij nestelt op kliffen en rotsen bij zee, in de winter vooral aan de rand van pakijs.

Dwaalgast in W-Europa, ook in Nederland.

 

L 40-43 / SW 108-120 / Z