Barmsijs

(acanthis flammea)

 

De Barmsijs verschilt van de Kneu èn de Frater door de zwarte kin en het ontbreken van witte handpenranden. Hij verschilt van de Kneu ook door de roze stuit en van de Frater ook door het rood voorhoofd en de rode borst (mannetje). Juvenielen zijn meer grijsbruin en hebben geen zwarte kin of enig rood.

De Kleine Barmsijs (a.f. cabaret - C- en W-Europa, Z-Zweden, ZW-Noorwegen) is het kleinst en donkerst met bruinwitte vleugelstrepen. In de winter is het rood minder opvallend, meer als het vrouwtje.

De Grote Barmsijs (a.f. flammea - N-Europa) is lichter en grijzer met wittere vleugelstrepen en een lichtere (soms vrijwel ongestreepte) stuit. Het 'holboellii'-type heeft een langere snavel.

De Groenlandse Barmsijs (a.f. rostrata - Groenland) is groter dan de Grote Barmsijs en is donkerder (meer als de Kleine Barmsijs).

Zijn roep in de vlucht is tjuut-uut-uut, afgewisseld met èrrrr, wat ook de basis vormt voor zijn zang, met lange snorrende trillers, vaak in een zangvlucht. Ook een stijgend djuuie.

Naald- en berkenbossen, wilgenstruiken.

In Nederland (vooral duinen en waddeneilanden) en België (Ardennen) een schaarse broedvogel (ondersoort cabaret), en doortrekker en wintergast.

 

L 13-15 / SW 20-25 / BJ

Maak jouw eigen website met JouwWeb