IJsgors
(calcarius lapponicus)
De IJsgors is zwaarder en heeft langere vleugels dan de Rietgors. In de zomer verschilt het mannetje van het mannetje van de Rietgors door de witte wenkbrauwstreep die doorloopt om de oorstreek, het kastanjebruine achterhoofd, de zwarte zijborst en flankstrepen, de wittere onderdelen en de gele snavel. Het vrouwtje verschilt van het vrouwtje van de Rietgors door het roodbruine achterhoofd, de duidelijk om de oorstreek doorlopende licht geelbruine wenkbrauwstreep, verbonden met de mondstreep, en de gele snavel. Bij de adult-winter zijn de zwarte en rode kleuren verborgen onder bruine veerranden, hij verschilt dan van het vrouwtje van de Rietgors door twee bijna 'losse', donkere vlekken achterop de oorstreek en de roodbruine grote dekveren, begrensd door twee opvallende witte vleugelstrepen. Onvolwassenen hebben een brede lichte kruinstreep.
Zijn zang is kort en melodieus, als een Veldleeuwerik, vanaf een steen of struik. Zijn roep is een kenmerkende, korte rollende triller, trrrrik, vaak samen met tjuu of pjuu. Ook een langer tie-uu.
Toendra. In de winter in kleine groepen, vooral langs de kust, vaak met Sneeuwgorzen.
In Nederland en België een doortrekker en wintergast in klein aantal.
L 15 / SW 25,5-28 / DW
Maak jouw eigen website met JouwWeb