Grijze Gors
(emberiza cia)
Het mannetje heeft een opvallende koptekening van drie zwarte strepen, gescheiden door een witte wenkbrauwstreep en grijze wangen. Hij verschilt van alle zaadeters (behalve de Huisgors en de veel kleinere Syrische Kanarie) door de grijze keel. Het vrouwtje is bruiner, valer en meer gestreept. Beide hebben een ongestreepte kastanjebruine stuit, licht roodbruine onderdelen en een grijze staart, waardoor juvenielen en onvolwassenen ook zijn te onderscheiden van de jonge Ortolaan en Bruinkeelortolaan.
Zijn zang is typisch gorsachtig, een hoog zoemend zi-zi-zi-zirr, vaak vanaf een rots gelijktijdig met de vleugels fladderend. Zijn roep is een scherp tzit, als een Cirlgors, en een bubbelend en kwetterend toetoetoek.
zonnige, rotsige of stenige hellingen, wijngaarden en tuinen. In de winter lager.
In België een dwaalgast.
L 16 / SW 21,5-27
Maak jouw eigen website met JouwWeb