Dwerguil
(glaucidium passerinum)
Dit is de kleinste uil. Hij heeft een relatief kleine kop met een onopvallend masker. Hij beweegt de staart vaak zijwaarts of zet hem rechtop, als een Winterkoning.
Zijn roep is een fluitend tju-tju-tju en kuwie. Zijn zang is een herhaalde fluittoon, lijkend op de boomkikker of de Goudvink.
Zijn vlucht is diep golvend, vooral in de schemering als hij op kleine vogels en knaagdieren jaagt. Hij is overdag actief. Hij vliegt gauw weg van een hoge uitkijkpost in een diep golvende spechtachtige vlucht met snelle vleugelslagen en glijvluchten.
Meestal dichte naaldbossen in taiga en berggebieden. Hij nestelt in een oud spechtennest.
In België vastgesteld.
L 16-17 / SW 34-36
Maak jouw eigen website met JouwWeb