Zwartkopmeeuw

(larus melanocephalus)

 

De Zwartkopmeeuw is groter dan de Kokmeeuw, iets kleiner en dikker dan de Stormmeeuw. De adult-zomer heeft een zwarte kap tot op het achterhoofd en bovenhals. De snavel en poten zijn rood, de vleugelpunten wit. In de winter heeft hij een bredere en opvallender zwarte oorvlek dan de Kokmeeuw. Juvenielen hebben kenmerkende donkere grofgevlekte bovendelen. Eerstewinter/zomer vogels hebben een lichter en opvallender middenvleugelpaneel dan de Stormmeeuw. Eerstezomer vogels hebben een halfontwikkelde kopkap. Tweedejaars vogels hebben zwarte vlekken op de vleugelpunt.

Zijn roep is hoger dan die van de Stormmeeuw, dieper dan die van de Kokmeeuw.

Moerassige graslanden en vlakke bodem aan de kust. In de winter aan kusten.

In Nederland en België een broedvogel in klein maar toenemend aantal, hier zeldzaam in de winter maar een groot aantal overwintert in NW-Frankrijk.

 

L 36-38 / SW  92-100 / BJ