Grauwe Franjepoot

(phalaropus lobatus)

 

Dit is de kleinste franjepoot. De adult-zomer heeft een oranjerode keel en bovenborst en een witte kin en onderdelen. De snavel is zwart en dun, haast naaldvormig en lijkt langer dan die van de Rosse Franjepoot. Hij heeft een witte vleugelstreep. In de winter is de rug iets meer getekend en gevlekt. Het zwarte masker achter het oog is vaak verbreed en omlaaggebogen. Op zee is hij niet te onderscheiden van de Rosse Franjepoot. Juvenielen zijn als die van de Rosse Franjepoot.

Zijn roep is twit-tirrik-tirrik.

Hij overwintert op zee. Tijdens de trek op zoetwater in het binnenland.

In Nederland en België een schaarse doortrekker, meestal op zoetwater.

 

L 18-19 / SW 32-41 / D