Duinpieper

(anthus campestris)

 

De Duinpieper is een grote, lichte, grotendeels zandbruine pieper met een vaag gestreepte mantel en zijborst, de onderdelen zijn vrijwel ongestreept. Hij heeft een opvallende rij donkere maar lichtomzoomde middelste vleugeldekveren en een lichte wenkbrauwstreep. De teugel is donker, de flank witachtig, de poten geelachtig of lichtbruin. Juvenielen en onvolwassenen zijn sterk gestreept, als de Grote Pieper, maar de teugel is donkerder.

Zijn zang is een metalig tjievrie-tievie-tievie, in een hoge baltsvlucht, waarin hij aan het slot snel naar de grond neervalt, of van een zangpost. Zijn roep is variabel, zachter dan en verschillend van die van de Grote Pieper, een op die van de Gele Kwikstaart  lijkend tswiep, ook tsluup of een musachtig tjup of tjirrup.

Droge open, spaarzaam begroeide zandige gebieden, heides, stuifzanden, duinen en akkers.

In Nederland een schaarse, in België een zeldzame, broedvogel en doortrekker.

 

L 16,5 / SW 25-28 / BD