Woestijntapuit

(oenanthe deserti)

 

Zowel het mannetje als het vrouwtje heeft een diagnostische geheel zwarte staart. Het mannetje in de zomer is verder als de zwartkelige vorm van de Blonde Tapuit maar verschilt hiervan door de witte randen op de binnenste grote dekveren en tertials. Het vrouwtje en onvolwassenen zijn behalve door de zwarte staart moeilijk te herkennen.

De ondersoort deserti (Levant) als hierboven.

De ondersoort homochroa (N-Afrika) is meer rozebruin. 

De ondersoort atrogularis (Kaukasus, Iran, zeldzame gast in het Midden-Oosten, dwaalgast in W-Europa) is donkerder en heeft meer wit in de vleugel.

Zijn zang is een klagend swie-joe of trutrutitu. Zijn roep is fluitend.

Halfwoestijnen, steppen, gebieden met verspreide struiken. In de winter ook in cultuursteppen. 

In Europa een dwaalgast, ook in Nederland (de ondersoort atrogularis).

 

L 14-15 / SW 24,5-29 / Z