Blauwstaart

(tarsiger cyanurus)

 

Het mannetje in de zomer heeft een donkerblauwe kop (met een olijfwaas in de winter), bovendelen en staart (op de stuit lichter blauw), wat contrasteert met de witte keel en de oranjerode flanken. Het vrouwtje en onvolwassenen zijn olijfbruin, behalve de blauwe stuit en staart, en hebben een witte oogring. De gevlekte juvenielen zijn alleen blauw op de bovenstaart.

Zijn zang is helder, melodieus en herhalend. Zijn roep is tik, tik en piep.

Naald- en gemengde bossen.

Dwaalgast in NW-, C- en Z-Europa, ook in Nederland.

 

L 14 / SW 21-24,5 / Z