Graspieper
(anthus pratensis)
De Graspieper is de meest wijd verspreide pieper van open gebieden. Hij heeft een duidelijk gestreepte borst en grijs of lichtbruin getinte onderdelen. Juvenielen zijn geler bruin. De poten zijn lichtbruin, gelig of vleeskleurig. De achternagel is langer en minder sterk gekromd dan bij de Boompieper.
Zijn zang, beginnend vanaf de grond, lijkt op die van de Boompieper maar zonder de kenmerkende sie-a aan het slot. Zijn roep is een enkelvoudig en tot 3 maal herhaald hoog iest.
Open, meestal boomloze gebieden, hoogvenen, kwelders, heides, heuvelland, alpenweiden, toendra, duinen. Tijdens de trek en in de winter in vochtige graslanden, zoetwateroevers, kwelders en bij estuaria, vaak in kleine groepen.
In Nederland en België een talrijke broedvogel, doortrekker en wintergast.
L 14,5 / SW 22-25 / BJ
Maak jouw eigen website met JouwWeb