Dwergmeeuw

(larus minutus)

 

De Dwergmeeuw is de kleinste, meest sternachtige meeuw. Hij heeft vrij rond lijkende vleugels met (adult) een diagnostische donkergrijze ondervleugel en witte achterrand. De adult-zomer heeft een zwarte kap tot op het achterhoofd, geen zwart op de vleugelpunten. De snavel is zwart, de poten zijn rood. Juvenielen hebben een donkerbruine rug en een diagonale bovenvleugelbaan. Onvolwassenen hebben een grijze rug en verschillen van de onvolwassen Drieteenmeeuw door de donkere kruin en oorstreek. De ondervleugel tot de tweede zomer is nog lichtgrijs (niet donkergrijs).

Zijn vlucht is aarzelend sierlijk en fladderend, lijkend op die van moerassterns door regelmatig op het wateroppervlak te duiken om voedsel op te pikken. De vleugels zijn stomper dan bij de meeste andere meeuwen.

Zijn roep is een krassend scherp herhaald kek of ka.

Moerassen, veengebieden en meren. Tijdens de trek aan zoet- en zoutwater. In de winter op zee.

In Nederland een zeldzame broedvogel en talrijke doortrekker.

 

L 25-27 / SW 75-80 / bJ