Rietgors
(emberiza schoeniclus)
Het mannetje heeft in de zomer een zwarte kop en keel (in de winter is het zwart verborgen onder lichtbruine veerranden) met een contrasterende witte mondstreep, halsband en onderdelen. Het vrouwtje en juvenielen zijn bruin gestreept met een bruingele wenkbrauwstreep. In alle kleden heeft hij witte staartzijden en donkerbruine poten.
Mediterrane een Z-Russische ondersoorten, bv. intermedia (Corsica, Italië) en pyrrhuloides (ZW-Azië), hebben een veel dikkere snavel dan de schoeniclus (N- en W-Europa).
Hij heeft een monotone, langzame staccato zang, variabel, bv. twiek, twiek, twiek, tittik. Zijn roep is een Gele Kwikstaartachtig tswiep, ook tjing en tsip.
Meestal in de directe omgeving van zoetwater, soms in drogere terreinen. In de winter ook buiten natte terreinen en op akkers.
In Nederland en België een talrijke broedvogel, doortrekker en wintergast.
L 15 / SW 21-28 / BJ
Nest
De Rietgors nestelt op natte plaatsen, moerassige plekjes en oevers van wateren die met verschillende moerasplanten begroeid zijn. Hij nestelt graag in de overgangszone tussen de droge bodem en de riet- en biezenbegroeiing. Ook in de stroken van riet en biezen, vooral wanneer hier wilgen en ander struikgewas groeit.
Het nest wordt door het vrouwtje gebouwd en rust op een wirwar van planten of wordt tussen plantenstengels geklemd. De vrij losse bouw van eht nest bestaat uit rietstengels en blaadjes van verschillende planten, uit mos en turfmolm en is van binnen gevoerd met haren, wol en andere zachte materialen. Veel nestig zijn erg eenvoudig en niet bekleed.
In de periode van april tot juli brengen ze twee, zelden drie broedsels groot. Het broedsel bevat 4-6 eieren, die in vergelijking tot de eieren van andere gorzen vrij donker zijn. Ze zijn van groengrijs en licht blauwachtig wit tot grijsbruin, geelbruin en soms paars-roodbruin, met bruinzwarte vlekken, haaltjes en aderen en grijsviolette 'ondervlekken'. De vlektekening vloeit vaak uit, waardoor zogenaamde 'brandvlekken' ontstaan. Het vrouwtje broedt 12-14 dagen en wordt regelmatig door het mannetje afgelost. De jongen blijven 11-13 dagen in het nest. Nadat zij het nest verlaten hebben, verstoppen ze zich in vegetatie van de omgeving. Ze worden nog lange tijd door de ouders gevoerd.
Maak jouw eigen website met JouwWeb