Gewone Babbelaar
(turdoides caudatus)
De Gewone Babbelaar is grijsbruin met een rossige tint op de bovendelen, lichter en gestreept van onder. De poten zijn geel. Juvenielen zijn zwaarder en donkerder gestreept en lichter gevlekt.
Op de grond hipt hij bijna stuiterend rond of hij loopt snel als een knaagdier, soms beweegt hij nerveus met de vleugels en staart.
Zijn roep in de vlucht (in groepen) is een laag ruisend witsj-witsj-witsj-rie-rie-rierie of een piepende patrijsachtige alarmroep.
Droge, open en struikachtige terreinen, plantages en tuinen.
L 23 / SW 22,5-25
Maak jouw eigen website met JouwWeb